menigte
zelfstandig naamwoord ˈmenəxtəBetekenis
- een grote groep mensen dicht op elkaar
- een grote hoeveelheid
Hoe spreek je menigte uit?
/ˈmenəxtə/
Menigte bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| e | veel |
| n | nek |
| ə | de |
| x | acht |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- grote groep mensen dicht op elkaar
- grote hoeveelheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| menigten | meervoud |
| menigtes | meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands menichte, in de betekenis van ‘grote hoeveelheid’ aangetroffen vanaf 1280; op te vatten als afgeleid van menig bn met het achtervoegsel -te
Woordfamilie van menigte
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| menigten | meervoud | menigte |
| menigtes | meervoud | menigte |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van menigte zijn vastgelegd.