meerhoofdig
bijvoeglijk naamwoord ˈmerhovdəxBetekenis
- uit meer personen bestaand (gezegd van organen met een taak die ook door één persoon zou kunnen worden uitgeoefend)
- meerdere uiteinden hebbend
- in meer pezen eindigend
- uitlopend in meerdere bloemen of andere bloeiwijzen
Hoe spreek je meerhoofdig uit?
/ˈmerhovdəx/
Meerhoofdig bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| e | veel |
| r | rood |
| h | hoed |
| o | boot |
| v | vis |
| d | dak |
| ə | de |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- uit meer personen bestaand
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| meerhoofdige | verbogen, stellende trap |
| meerhoofdigs | partitief, stellende trap |
Herkomst
samenstellende afleiding van meer bn en hoofd zn met het achtervoegsel -ig, aangetroffen vanaf 1861 (zie vindplaats hieronder)
Woordfamilie van meerhoofdig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| meerhoofdige | verbogen vorm | meerhoofdig |
| meerhoofdigs | partitive, positive | meerhoofdig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meerhoofdig zijn vastgelegd.