matigheid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- van een persoon dat deze niet teveel eet en drinkt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| matigheden | meervoud |
Herkomst
afleiding van matig met het achtervoegsel -heid
Woordfamilie van matigheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| matigheden | meervoud | matigheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van matigheid zijn vastgelegd.