maskerade
zelfstandig naamwoordBetekenis
- optocht met gemaskerde en verklede mensen
- schijnvertoning
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| maskeraden | meervoud |
| maskerades | meervoud |
Herkomst
Leenwoord van Frans mascarade, in de betekenis van ‘optocht van gemaskerden’ voor het eerst aangetroffen in 1600
Woordfamilie van maskerade
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| maskeraden | meervoud | maskerade |
| maskerades | meervoud | maskerade |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van maskerade zijn vastgelegd.