marathonschaatser
zelfstandig naamwoord ˈmaratɔnˌsxatsərBetekenis
- schaatsenrijder die meedoet aan een of meer wedstrijden met minstens 5 gelijktijdig startende deelnemers over zeer lange afstanden
Hoe spreek je marathonschaatser uit?
/ˈmaratɔnˌsxatsər/
Marathonschaatser bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| a | maan |
| r | rood |
| t | tak |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| s | sok |
| x | acht |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| marathonschaatsers | meervoud |
Herkomst
samenstelling van marathon zn en schaatser zn , gevormd naar het voorbeeld van marathonloper
Woordfamilie van marathonschaatser
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| marathonschaatsers | meervoud | marathonschaatser |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van marathonschaatser zijn vastgelegd.