mansoor
zelfstandig naamwoord ˈmɑnsorBetekenis
- giftige kruipende plant met twee leerachtige op mensenoren lijkende bladeren en stekelige stengels
Hoe spreek je mansoor uit?
/ˈmɑnsor/
Mansoor bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| s | sok |
| o | boot |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- bepaald soort giftige kruipende plant met twee leerachtige op mensenoren lijkende bladeren en stekelige stengels, Asarum europaeum
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mansoren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van man zn en oor zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van mansoor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mansoren | meervoud | mansoor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mansoor zijn vastgelegd.