mannetjesputter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een flinke, grote, stoere man
- een mannelijke putter of distelvink
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mannetjesputters | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘grote, sterke vent’ voor het eerst aangetroffen in 1904
Woordfamilie van mannetjesputter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mannetjesputters | meervoud | mannetjesputter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mannetjesputter zijn vastgelegd.