mannelijk
bijvoeglijk naamwoord ˈmɑnələkBetekenis
- tot het geslacht behorend dat voor bevruchting zorgt
- behorend tot het woordgeslacht dat vrouwelijk noch onzijdig is
- met gedrag zoals van mannen verwacht wordt, kenmerkend voor een man
Hoe spreek je mannelijk uit?
/ˈmɑnələk/
Mannelijk bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| ə | de |
| l | land |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mannelijke | verbogen, stellende trap |
| mannelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| mannelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| mannelijkers | partitief, vergrotende trap |
| mannelijks | partitief, stellende trap |
| mannelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| mannelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afgeleid van man met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
Woordfamilie van mannelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mannelijke | verbogen vorm | mannelijk |
| mannelijker | vergrotende trap | mannelijk |
| mannelijkere | verbogen vergrotende trap | mannelijk |
| mannelijkers | partitieve vergrotende trap | mannelijk |
| mannelijks | partitive, positive | mannelijk |
| mannelijkst | uninflected, superlative | mannelijk |
| mannelijkste | inflected, superlative | mannelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mannelijk zijn vastgelegd.