magnum
zelfstandig naamwoord ˈmɑxnʏmBetekenis
- groot roomijsje op een stokje in een stevige laag chocola
- wijnfles met een inhoud van 1,5 liter, dat is dus twee maal de inhoud van een standaard wijnfles
- patroon voor een vuurwapen dat vergeleken met andere patronen voor kogels van hetzelfde kaliber meer springstof bevat
- vuurwapen dat geschikt is voor patronen die vergeleken met andere patronen voor kogels van hetzelfde kaliber meer springstof bevatten
Hoe spreek je magnum uit?
/ˈmɑxnʏm/
Magnum bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| n | nek |
| ʏ | put |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- wijnfles met een inhoud van 1,5 liter, dat is dus tweemaal de inhoud van een standaard wijnfles
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| magnums | meervoud |
Herkomst
direct of indirect van Latijn magnum "wat groot is" **[1] van de in 1989 door Unilever geïntroduceerde merknaam "Magnum", omdat het voor die tijd een buitengewoon groot ijsje op een stokje was **[2] van Frans magnum, in de betekenis van ‘wijnfles met een inhoud van twee maal een gewone fles (dus 1,5 liter)’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1931 **[3], [4] van Engels magnum
Woordfamilie van magnum
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| magnums | meervoud | magnum |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van magnum zijn vastgelegd.