maaitijd
zelfstandig naamwoord ˈmajtɛitBetekenis
- de periode van het jaar dat (het gras) afgeknipt wordt, hooitijd
Hoe spreek je maaitijd uit?
/ˈmajtɛit/
Maaitijd bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| a | maan |
| j | ja |
| t | tak |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| maaitijden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van maai ww en tijd zn
Woordfamilie van maaitijd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| maaitijden | meervoud | maaitijd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van maaitijd zijn vastgelegd.