lover
zelfstandig naamwoord ˈlɔvərBetekenis
- (meestal in samenstellingen) liefje, iemand die met een ander een intieme relatie heeft
- het geheel van bladeren van een of meer bomen
- nagemaakte blaadjes als versiering
- iemand die nadrukkelijk vertelt dat hij iets of iemand goed vindt
- iemand die iets probeert te verkopen
- oprollen
- zich oprollen (van slangen)
Hoe spreek je lover uit?
/ˈlɔvər/
Lover bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɔ | bot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- liefje, iemand die met een ander een intieme relatie heeft
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lovers | enkelvoud |
| lovertje | verkleinwoord |
| lovertjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lovers | enkelvoud |
| lovertje | verkleinwoord |
| lovertjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lovers | enkelvoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘gebladerte’ voor het eerst aangetroffen in 1573
Woordfamilie van lover
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| loover | woordvorm | lover |
| lovers | enkelvoud | lover |
| lovertje | verkleinwoord | lover |
| lovertjes | verkleinwoord | lover |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lover zijn vastgelegd.