loonschaal
zelfstandig naamwoord ˈlonsxalBetekenis
- een bandbreedte waarbij het arbeidsloon ligt tussen een minimum- en een maximumbedrag, mensen met een gelijke functiewaardering zitten in een zelfde loonschaal
Hoe spreek je loonschaal uit?
/ˈlonsxal/
Loonschaal bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| o | boot |
| n | nek |
| s | sok |
| x | acht |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| loonschalen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van loon en schaal
Woordfamilie van loonschaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| loonschalen | meervoud | loonschaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van loonschaal zijn vastgelegd.