lompenproletariaat
zelfstandig naamwoordBetekenis
- bij Marx de onderste volkslaag onder het eigenlijke proletariaat, de asocialen, criminelen, zwervers, maar ook mensen zonder vaste manier van kostwinning
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lompenproletariaten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘de allerarmsten (bij Marx)’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1920
Woordfamilie van lompenproletariaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lompenproletariaten | meervoud | lompenproletariaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lompenproletariaat zijn vastgelegd.