lijnkoek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- koek van uitgeperst vlaszaad waarmee men beesten voedt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lijnkoeken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van lijn en koek
Woordfamilie van lijnkoek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lijnkoeken | meervoud | lijnkoek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lijnkoek zijn vastgelegd.