lijfknecht
zelfstandig naamwoord ˈlɛifknɛxtBetekenis
- bediende, die onder meer zorgt voor de kleding van één persoon bij wie hij in dienst is en waarmee hij nauw is verbonden
Hoe spreek je lijfknecht uit?
/ˈlɛifknɛxt/
Lijfknecht bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɛi | trein |
| f | fiets |
| k | kat |
| n | nek |
| ɛ | bed |
| x | acht |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lijfknechten | meervoud |
| lijfknechts | meervoud |
Herkomst
samenstelling van lijf zn en knecht zn
Woordfamilie van lijfknecht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lijfknechten | meervoud | lijfknecht |
| lijfknechts | meervoud | lijfknecht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lijfknecht zijn vastgelegd.