liguster
zelfstandig naamwoordBetekenis
- olijfachtige heester van het geslacht Ligustrum, met geurende bloesems en zwarte bessen, vaak in tuinen aangeplant als haag
zelfstandig naamwoord — masculine
- een geslacht Ligustrum van planten uit de olijffamilie (Oleaceae) waartoe onder ander de wilde liguster en de haagliguster behoren. Ze komt van nature voor op alle continenten behalve Amerika. Na invoer gedraagt liguster zich daar als invasieve exoot en wordt bestreden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ligusters | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘olijfachtige heester’ voor het eerst aangetroffen in 1676.
Woordfamilie van liguster
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ligusters | meervoud | liguster |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van liguster zijn vastgelegd.