levensbeginsel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- beginsel waarnaar men zijn leven inricht
- dat waarop het leven, het bestaan steunt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| levensbeginselen | meervoud |
| levensbeginsels | meervoud |
Herkomst
samenstelling van leven en beginsel met het invoegsel -s-
Woordfamilie van levensbeginsel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| levensbeginselen | meervoud | levensbeginsel |
| levensbeginsels | meervoud | levensbeginsel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van levensbeginsel zijn vastgelegd.