levendigheid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- vol met leven zijnde, enthousiast, dartel, vitaliteit, animo
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| levendigheden | meervoud |
Herkomst
afgeleid van levendig met het achtervoegsel -heid
Woordfamilie van levendigheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| levendigheden | meervoud | levendigheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van levendigheid zijn vastgelegd.