lesweek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- periode van een week dat men lesgeeft op een school
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lesweken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van les zn en week zn
Woordfamilie van lesweek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lesweken | meervoud | lesweek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lesweek zijn vastgelegd.