leeneed
zelfstandig naamwoord ˈlenetBetekenis
- een eed van trouw die een vazal aflegt aan zijn leenheer
Hoe spreek je leeneed uit?
/ˈlenet/
Leeneed bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| e | veel |
| n | nek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- eed van trouw die een vazal aflegt aan zijn leenheer
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| leeneden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van lenen ww en eed zn
Woordfamilie van leeneed
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| leeneden | meervoud | leeneed |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leeneed zijn vastgelegd.