lapsus
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het laten vallen van een steek, bijvoorbeeld doordat men iets vergeten heeft.
- het voortglijden.
- het uitglijden.
- misstap, vergissing.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lapsussen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘vergissing’ voor het eerst aangetroffen in 1714
Woordfamilie van lapsus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lapsussen | meervoud | lapsus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lapsus zijn vastgelegd.