lapel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- teruggevouwen voorpanden op een jas
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lapellen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘omslag aan jas’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1868-1872
Woordfamilie van lapel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lapellen | meervoud | lapel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lapel zijn vastgelegd.