lamfer
zelfstandig naamwoord ˈlɑɱfərBetekenis
- doorschijnend weefsel van textiel in effenbinding
- rouwsluier
- van hoofddeksel afhangende doek of sluier van fijn weefsel
Hoe spreek je lamfer uit?
/ˈlɑmfər/
Lamfer bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɑ | bad |
| m | maan |
| f | fiets |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lamfers | meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands lamfeter en lampers, mogelijk teruggaand op Frans lampas "bepaald weefsel van zijde"
Woordfamilie van lamfer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lamfers | meervoud | lamfer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lamfer zijn vastgelegd.