labiliteit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het onevenwichtig, onstandvastig zijn, het labiel zijn
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| labiliteiten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘wankelbaarheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1950
Woordfamilie van labiliteit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| labiliteiten | meervoud | labiliteit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van labiliteit zijn vastgelegd.