kubiek
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- met de vorm van een kubus, dezelfde inhoud hebbend als een kubus met ribben van deze maat
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kubieke | verbogen, stellende trap |
| kubieks | partitief, stellende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘inhoudsmaat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599
Woordfamilie van kubiek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kubieke | verbogen vorm | kubiek |
| kubieks | partitive, positive | kubiek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kubiek zijn vastgelegd.