kruisgang
zelfstandig naamwoord ˈkrœysxɑŋBetekenis
- een arcade (gaanderij) rond de binnenplaats van een klooster of van een kerk waar kanunniken huizen
- de gang naar een kruisiging
- een lijdensweg in het algemeen
Hoe spreek je kruisgang uit?
/ˈkrœysxɑŋ/
Kruisgang bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| r | rood |
| œy | huis |
| s | sok |
| x | acht |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kruisgangen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘gang rond binnenplaats van klooster’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477
Woordfamilie van kruisgang
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kruisgangen | meervoud | kruisgang |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kruisgang zijn vastgelegd.