kroongetuige
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de belangrijkste getuige in een rechtszaak (van de openbare aanklager)
- een getuige die zelf een verdachte is, maar die bereid is om in ruil voor strafvermindering tegen één of meer andere verdachten te getuigen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kroongetuigen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘getuige voor de openbare aanklager’ voor het eerst aangetroffen in 1960
Woordfamilie van kroongetuige
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kroongetuigen | meervoud | kroongetuige |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kroongetuige zijn vastgelegd.