kornoelje
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een geslacht van dertig tot vijftig soorten struikachtige planten en bomen in de kornoeljefamilie (Cornaceae) met vlezige steenvruchten
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- benaming voor planten uit het geslacht Cornus, met dertig tot vijftig soorten struikachtige planten en bomen in de kornoeljefamilie (Cornaceae) met vlezige steenvruchten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kornoeljes | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘plantengeslacht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1562
Woordfamilie van kornoelje
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kornoeljes | meervoud | kornoelje |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kornoelje zijn vastgelegd.