kopstem
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de hoogste zangstem
- stem op iemand anders dan de lijsttrekker
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kopstemmen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘falset’ voor het eerst aangetroffen in 1885
Woordfamilie van kopstem
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kopstemmen | meervoud | kopstem |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kopstem zijn vastgelegd.