komst
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het feit dat iemand of iets komt
zelfstandig naamwoord
- het geboren worden van iemand
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| komsten | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘het komen’ voor het eerst aangetroffen in 1236
Woordfamilie van komst
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| komsten | meervoud | komst |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van komst zijn vastgelegd.