komijnekaas
zelfstandig naamwoordBetekenis
- kaas met komijnzaad als smaakmaker
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| komijnekazen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘kaas met komijnzaad’ voor het eerst aangetroffen in 1631
Woordfamilie van komijnekaas
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| komijnekazen | meervoud | komijnekaas |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van komijnekaas zijn vastgelegd.