koekje
zelfstandig naamwoord [ˈkuc̠͡ç̠jø̜]Betekenis
- een klein baksel dat meestal bij de koffie of thee genuttigd wordt
Hoe spreek je koekje uit?
/ˈkuc̠ç̠jø̜/
Koekje bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| u | boek |
| c | tientje |
| j | ja |
| ø | deur |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- alleen verkleinwoord klein baksel dat meestal bij de koffie of thee genuttigd wordt
Woordvorm
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord koek
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| koekjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Herkomst
afgeleid van koek met het achtervoegsel -je