knock-out
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord nɔˈkɑutBetekenis
- in de vechtsport het beëindiging van een wedstrijd als gevolg van vermoeidheid, een blessure, evenwichtsverlies of bewusteloosheid
- uitgeteld, uitgeput
- totale uitval van elektrische of elektronische apparatuur
- met betrekking tot een knock-out
- uitgeput
Hoe spreek je knock-out uit?
/nɔˈkɑut/
Knock-out bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| ɔ | bot |
| k | kat |
| ɑu | koud |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| knock-outs | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘bewusteloos geslagen’ voor het eerst aangetroffen in 1929
Woordfamilie van knock-out
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| knock-outs | meervoud | knock-out |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van knock-out zijn vastgelegd.