klerelijer
zelfstandig naamwoord ˈklerəˌlɛijərBetekenis
- vervelend, hinderlijk persoon waar je een hekel aan hebt
- klootzak, rotvent, kloothommel, schoft, smeerlap, lul
Hoe spreek je klerelijer uit?
/ˈklerəˌlɛijər/
Klerelijer bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| l | land |
| e | veel |
| r | rood |
| ə | de |
| ɛi | trein |
| j | ja |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- vervelend, hinderlijk persoon aan wie je een hekel hebt pejorative
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| klerelijers | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘ellendeling’ voor het eerst aangetroffen in 1955
Woordfamilie van klerelijer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| klerelijers | meervoud | klerelijer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klerelijer zijn vastgelegd.