klamboe
zelfstandig naamwoordBetekenis
- fijn net waaronder men slaapt om muggen buiten te houden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| klamboes | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Indonesisch, in de betekenis van ‘muskietennet’ voor het eerst aangetroffen in 1859
Woordfamilie van klamboe
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| klamboes | meervoud | klamboe |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klamboe zijn vastgelegd.