kipper
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gefileerde haring die gezouten en gerookt is
- kar met kiepmechanisme voor een snelle lediging van de inhoud
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kippers | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘gebakken haring’ voor het eerst aangetroffen in 1984
Woordfamilie van kipper
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kippers | meervoud | kipper |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kipper zijn vastgelegd.