kinderlijk
bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord ˈkɪndərləkBetekenis
- overeenkomstig de aard van een kind (kindsheid), zoals een kind is of doet.
- naïef, onbevangen.
- tweede betekenisomschrijving
Hoe spreek je kinderlijk uit?
/ˈkɪndərlək/
Kinderlijk bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- overeenkomstig de aard van een kind (kindsheid), zoals een kind is of doet
- naïef, onbevangen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kinderlijke | verbogen, stellende trap |
| kinderlijker | onverbogen, vergrotende trap |
| kinderlijkere | verbogen, vergrotende trap |
| kinderlijkers | partitief, vergrotende trap |
| kinderlijks | partitief, stellende trap |
| kinderlijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| kinderlijkste | verbogen, overtreffende trap |
zelfstandig naamwoord — neuter
- dode lichaam van een kind
Herkomst
bn: van Middelnederlands kinderlijc, op te vatten als afgeleid van kind met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -er-
Woordfamilie van kinderlijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kinderlijke | verbogen vorm | kinderlijk |
| kinderlijken | meervoud | kinderlijk |
| kinderlijker | vergrotende trap | kinderlijk |
| kinderlijkere | verbogen vergrotende trap | kinderlijk |
| kinderlijkers | partitieve vergrotende trap | kinderlijk |
| kinderlijkje | woordvorm | kinderlijk |
| kinderlijkjes | meervoud | kinderlijk |
| kinderlijks | partitive, positive | kinderlijk |
| kinderlijkst | uninflected, superlative | kinderlijk |
| kinderlijkste | inflected, superlative | kinderlijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kinderlijk zijn vastgelegd.