keycard
zelfstandig naamwoord ˈkiːkɑːrtBetekenis
- een plastic kaart ter grote van een creditcard die werkt als een sleutel
Hoe spreek je keycard uit?
/ˈkikɑrt/
Keycard bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| i | riet |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een plastic kaart ter grootte van een creditcard die werkt als een sleutel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| keycards | meervoud |
Herkomst
samenstelling uit het Engels key en card
Woordfamilie van keycard
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| keycards | meervoud | keycard |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van keycard zijn vastgelegd.