kasstuk
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een film of uitvoering die alle verwachtingen overtreft wat betreft de opkomst van publiek
zelfstandig naamwoord — neuter
- film of uitvoering die alle verwachtingen overtreft wat betreft de opkomst van publiek
- document dat aantoont hoe een bepaald bedrag is ontvangen of uitgegeven
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kasstukken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van kas zn en stuk zn **[1] "stuk" in de betekenis "toneelstuk", leenvertaling van Duits Kassenstück "toneelstuk dat veel geld in kas brengt" **[2] "stuk" in de betekenis "bewijsstuk"
Woordfamilie van kasstuk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kasstukken | meervoud | kasstuk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kasstuk zijn vastgelegd.