kantoortijd
zelfstandig naamwoord kɑnˈtortɛitBetekenis
- deel van de werkdag dat gewoonlijk medewerkers aanwezig zijn op plaatsen waar administratief werk wordt gedaan. Deze is afhankelijk van plaats en tijdperk. In de tweede helft van de 20e eeuw was de tijd van 09:00 uur tot 17:00 uur in veel Westerse landen gebruikelijk.
Hoe spreek je kantoortijd uit?
/kɑnˈtortɛit/
Kantoortijd bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| o | boot |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- deel van de werkdag dat gewoonlijk medewerkers aanwezig zijn op plaatsen waar administratief werk wordt gedaan Deze is afhankelijk van plaats en tijdperk. In de tweede helft van de 20e eeuw was de tijd van 09:00 uur tot 17:00 uur in veel Westerse landen gebruikelijk.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kantoortijden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van kantoor zn en tijd zn
Woordfamilie van kantoortijd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kantoortijden | meervoud | kantoortijd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kantoortijd zijn vastgelegd.