kantkoek
zelfstandig naamwoord /ˈkɑntkuk/Betekenis
- langwerpige stukken koek die over blijven als gebakken koek op de gewenste maat wordt gesneden en die apart worden verkocht
- soorten koek uit wat grover meel die bij het bakken dichter bij de rand van de oven liggen, terwijl fijnere soorten gebak meer in het midden liggen waar de verhitting gelijkmatiger is
Hoe spreek je kantkoek uit?
/ˈkɑntkuk/
Kantkoek bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| u | boek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kantkoeken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van kant zn en koek zn
Woordfamilie van kantkoek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kantkoeken | meervoud | kantkoek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kantkoek zijn vastgelegd.