kamermuziek
zelfstandig naamwoord ˈkamərmyzikBetekenis
- muziek die geschikt is om te spelen in een (grote) huiskamer, m.n. voor strijkkwartetten is veel muziek geschreven
- muziek voor een kamerorkest (een klein orkest van 18-34 musici)
Hoe spreek je kamermuziek uit?
/ˈkamərmyzik/
Kamermuziek bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| a | maan |
| m | maan |
| ə | de |
| r | rood |
| y | fuut |
| z | zon |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kamermuziekje | verkleinwoord, enkelvoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘muziek die oorspronkelijk in een kleine ruimte werd uitgevoerd’ voor het eerst aangetroffen in 1795
Woordfamilie van kamermuziek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kamermuziekje | verkleinwoord | kamermuziek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kamermuziek zijn vastgelegd.