kaakje
zelfstandig naamwoord ˈkakjəBetekenis
- een klein, vrij hard baksel van meel dat bij de koffie of de thee genuttigd wordt
Hoe spreek je kaakje uit?
/ˈkakjə/
Kaakje bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| a | maan |
| j | ja |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- alleen verkleinwoord klein, vrij hard baksel van meel dat bij de koffie of de thee genuttigd wordt
Woordvorm
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kaak
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kaakjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Herkomst
[1] afgeleid van kaak zn met het achtervoegsel -je **[2] met "kaak (4)" als vertaling van Engels cake zn , in de betekenis van ‘koekje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1699