junta
zelfstandig naamwoord ˈxuntaBetekenis
- groep hoge militairen die samen de baas zijn over het bestuur van een land
- vergadering, bijeenkomst
Hoe spreek je junta uit?
/ˈxunta/
Junta bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| u | boek |
| n | nek |
| t | tak |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| junta's | meervoud |
Herkomst
van Spaans junta, in de betekenis "besturend comité" aangetroffen vanaf 1632
Woordfamilie van junta
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| junta's | meervoud | junta |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van junta zijn vastgelegd.