juni
zelfstandig naamwoord ˈjyniBetekenis
- de zesde maand van het jaar
Hoe spreek je juni uit?
/ˈjyni/
Juni bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| j | ja |
| y | fuut |
| n | nek |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- de zesde maand van het jaar volgens de gregoriaanse kalender
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| jun. | |
| juni's | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘zesde maand’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1270. eponiem: van mensis Iunius, "de maand van Juno ".
Woordfamilie van juni
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| juni's | meervoud | juni |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van juni zijn vastgelegd.