jumelage
zelfstandig naamwoordBetekenis
- vriendschapsband tussen twee steden, organisaties etc.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| jumelages | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘band tussen twee organisaties’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1961
Woordfamilie van jumelage
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| jumelages | meervoud | jumelage |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jumelage zijn vastgelegd.