jubilaris
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die zijn jubileum viert
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand die zijn of haar jubileum viert
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| jubilarissen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘die een jubileum viert’ voor het eerst aangetroffen in 1659
Woordfamilie van jubilaris
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| jubilarissen | meervoud | jubilaris |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jubilaris zijn vastgelegd.