jobsbode
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die een jobstijding brengt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| jobsboden | meervoud |
| jobsbodes | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘ongeluksbode’ voor het eerst aangetroffen in 1560
Woordfamilie van jobsbode
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| jobsboden | meervoud | jobsbode |
| jobsbodes | meervoud | jobsbode |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jobsbode zijn vastgelegd.