jaardicht
zelfstandig naamwoord ˈjardɪxtBetekenis
- tijdvers, chronogram
Hoe spreek je jaardicht uit?
/ˈjardɪxt/
Jaardicht bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| j | ja |
| a | maan |
| r | rood |
| d | dak |
| ɪ | pit |
| x | acht |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- vers waarin de letters die ook Romeinse cijfers zijn kunnen worden opgeteld tot een jaartal dat betekenis heeft die verband houdt met de strekking van het vers
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| jaardichten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van jaar zn en dicht zn
Woordfamilie van jaardicht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| jaardichten | meervoud | jaardicht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jaardicht zijn vastgelegd.