interlock
zelfstandig naamwoordBetekenis
- dubbel breigoed van fijne garens
- onderhemd dat gemaakt is van interlock
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| interlockje | verkleinwoord, tweede persoon |
| interlockjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| interlocks | enkelvoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘dubbel breigoed, ondergoed daarvan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1948
Woordfamilie van interlock
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| interlockje | verkleinwoord, 2e persoon | interlock |
| interlockjes | verkleinwoord | interlock |
| interlocks | enkelvoud | interlock |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van interlock zijn vastgelegd.